De gezichten die ik maak hebben vaak een bepaalde blik, een combinatie van rust en melancholie. Het is onder andere die blik die het voor mij interessant maakt. Het zijn persoonlijkheden die in gedachten zijn, de wereld aanschouwen van een zekere afstand. Ik schilder en teken o.a. naar foto's, maar laat me het meest verrassen door wat ontstaat. Die intuïtiviteit in mijn werkproces is erg belangrijk.

Ik teken al heel lang gezichten, maar tijdens mijn studie aan Minerva ben ik ook bezig geweest met abstracte structuren. Op een bepaald moment kwamen die twee dingen samen. Later kwam ik een artikel tegen over Michael Raedecker, een kunstenaar die borduurt in zijn werk. Het gevoel en materiaalgebruik in zijn werk sprak me erg aan. Sindsdien verwerk ik ook stikwerk in mijn portretten. Hierdoor ben ik ook gaan experimenteren met andere materialen.

Indirect gaat mijn werk over het zogenaamde schoonheidsideaal. De huid moet er glad en strak uitzien, terwijl het een groeiend weefsel is dat wordt gekenmerkt door rimpels, littekens en vervormingen. Deze kenmerken vormen een inspiratiebron voor mij. Ik onderzoek niet alleen de huid van het onderwerp en laat deze vergroeien in allerlei soorten structuren, maar onderzoek ook de huid van mijn doek of papier door naald en draad te gebruiken of kralen en blaadjes.

Daarnaast inspireren kleur en ruimte mij zeer. Dit verwerk ik al enigszins in mijn werk, maar zorgt ook voor ideeën met andere thema’s. In de toekomst zal dit wellicht zijn vorm krijgen. Kunstenaars die mij o.a. inspireren zijn: Maurits Cornelis Escher, Michael Raedecker, Catherine Ledner en Giuseppe Arcimboldo.